Biodiversiteit

Biodiversiteit op Amstelglorie

Impressie van flora, fauna en imkerij op Amstelglorie

Amstelglorie is een paradijsje in Amsterdam. Maak eens een wandeling over ons park en ontdek hoe mooi het is. In het voorjaar staan de slootkanten vol met gele dotterbloemen. In mei ligt er onder de bomen van het stronkenbos een tapijt van witte bloemen: de daslook staat in bloei. Met een beetje geluk spot je de ijsvogel bij het vogeleilandje.

De foto’s zijn gemaakt door bioloog en tuinder Martin Camphuijsen. Hij heeft uit zijn fotoarchief een aantal planten en dieren gekozen die de biodiversiteit op Amstelglorie laten zien. Allemaal waarnemingen die op Amstelglorie zijn gedaan. Soms gaat het om gangbare soorten, zoals de groene kikker en de pinksterbloem, maar ook zijn er bijzondere waarnemingen bij, zoals de zeldzame grootoorvleermuis.

Lees hieronder meer over de flora en fauna die je ziet op het voorlichtingsbord:

  1. De groene kikker (Pelophylax ridibundus)
    De kikker op de foto is een meerkikker, die tot de familie van de groene kikkers behoort. De meerkikker houdt de tuinders van Amstelglorie nogal eens uit hun slaap. Hij maakt een hard stotend, lachend geluid. De meerkikker heeft dronkergrijze kwaakblazen. De kikker heeft een prima leven in de vele slootjes op ons volkstuincomplex.
  2. Boomkruiper (Certhia brachydactyla)
    Op het oog een beetje saai vogeltje, maar als je hem ziet dan heb je meteen bewondering voor dit diertje. De boomkruiper kan in rap tempo tegen een boom opklimmen. Met kleine sprongetjes gaat hij omhoog op zoek naar voedsel. In de boombast pikt hij zijn kostje van insecten en spinnetjes bij elkaar. De boomkruiper is zo’n twaalf centimeter lang en weegt ongeveer elf gram. Zowel mannetje als vrouwtje hebben dezelfde kleur. De onderkant is wit, de bovenkant heeft de kleur van de boombast. Verder heeft de vogel een wit streepje boven zijn ogen. De boomkruiper broedt tussen maart en juli in een nest die zij bouwen in een boomspleet.
    Het vrouwtje legt vijf tot zeven roodgespikkelde eieren. Amstelglorie heeft veel hoge bomen waar de boomkruiper zich goed thuis voelt.
  3. Suikermycena (Mycena adscendens)
    Deze paddestoelen behoren tot het geslacht van de plaatjeszwammen. Het zijn kleine paddestoelen met een klokvormig hoedje met gekartelde rand. De steel van de suikermycena is kwetsbaar dun en heeft geen manchet. Wie in de herfst een wandeling maakt over Amstelglorie, kan deze prachtige paddestoel tegenkomen.
  4. Pinksterbloem (Cardamine pratensis)
    De bloem dankt haar naam aan de tijd waarin het bloeit, zo rond Pinksteren. De pinksterbloem behoort tot de kruisbloemenfamilie. De steel wordt zo’n vijftig centimeter hoog. De bloem is blauwpaars en groeit in een tros. Vroeger dacht men dat de pinksterbloem een geneeskrachtige werking had. Het werd gebruikt tegen voorjaarsmoeheid. De bloem kwam toen nog veel voor in Nederland. De weilanden kleurden blauwpaars van de pinksterbloemen. Door intensief maaibeheer is de pinksterbloem sterk achteruitgegaan. Op Amstelglorie is de pinksterbloem nog te zien langs de slootkanten.
  5. Gewone grootoorvleermuis
    Er leven verschillende soorten vleermuizen op Amstelglorie, zoals de gewone en de ruige dwergvleermuis. Maar het meest trots zijn we op de gewone grootoorvleermuis. In december 2016 werd deze zeer zeldzame vleermuis op Amstelglorie gesignaleerd. Dat gebeurde tijdens een vleermuisonderzoek van de afdeling stadsecologie van de gemeente Amsterdam. Op Amstelglorie werden zogenoemde batloggers geplaatst. Met deze apparaatjes kunnen de verschillende geluiden van vleermuizen worden gedetecteerd. De opname van de gewone grootoorvleermuis is ingevoerd in de Nationale Databank Flora en Fauna.
  6. Helmkruidvlinder (Cucullia scrophulariae)
    De rups van de helmkruidvlinder. Dit pareltje is gefotografeerd op Amstelglorie. De helmkruidvlinder is een nachtvlinder die behoort tot de familie van de nachtuiltjes. De spanwijdte van de vleugels ligt tussen de 44 en 50 millimeter. De halskraag van de vlinder is behaard, waardoor het lijkt alsof de vlinder een kapje draagt. De vlinder vliegt van half mei tot half juli. De vleugels zijn roodachtig bruin. De eitjes worden afgezet op bloemknoppen. De rups is goed te herkennen aan haar zwarte vlekjes. Ze vreten bloemen en onrijpe vruchten.
  7. Oostsiberische zilverden (abies nephrolepis)
    Een sprookjesachtige boom waarnaar een bloemschikker begerig staat te kijken wanneer er kerststukjes gemaakt worden. De naam zegt het al, de Oostsiberische zilverden komt uit het Russische verre oosten en China. Maar ook op Amstelglorie zijn deze middelgrote bomen te vinden. De zilverden wordt zo’n dertig meter hoog en de stam heeft een doorsnede van een meter. De naalden van de zilverden zijn aan de onderzijde zilvergrijs gekleurd. De takken staan horizontaal en zijn kort. De kegels staan rechtop op de takken.
  8. Breedhalsnebria
    Behoort tot de familie van de loopkevers. Het beestje wordt zo’n veertien millimeter lang en heeft een zwarte metaalachtige glans. Vooral bij zonnig weer is dit goed te zien. De slanke poten en tasters zijn donkerrood, de dekschilden hebben lengtegroeven die bestaan uit rijen kleine putjes. Het halsschild is iets gewelfd.
  9. Bijenles basisscholen
    Op de foto zijn leerlingen van een Amsterdamse basisschool te zien, die bezig zijn met de bijenles. Imkers op Amstelglorie zorgen ervoor dat de kinderen goed beschermd bij de bijenkasten gaan kijken. De leerlingen leren alles over het leven van de bij. Naast de imkerij zijn er op Amstelglorie op verschillende plekken bijenhotels gebouwd, waar de wilde bijen wonen. Bij de ingang, tegenover het winkeltje staat een bijenhotel.
  10. Dotterbloem met honingbij
    De dotterbloem behoort tot de ranonkelfamilie. De plant wordt zo’n zestig centimeter hoog en draagt in april en mei gele bloemen. De bladeren zijn rond tot niervormig. De dotterbloem groeit langs sloten, beken en vochtige weilanden. In het midden van de vorige eeuw kwam de dotterbloem rond Amsterdam veel voor. De oevers langs de Amstel stonden in het voorjaar vol dotterbloemen. Dat aantal nam snel af. Op Amstelglorie is een groep tuinders al een paar jaar druk bezig met het kweken van dotterbloemen. De planten worden weer langs de oevers van de Amstel gezet en ook in de stad wordt gezocht naar geschikte plekken. Op Amstelglorie kleuren de slootkanten in het voorjaar weer geel.
    De honingbij (Apis Mellifera): doet zich tegoed aan de dotterbloem. Waarschijnlijk komt deze bij uit een van de bijenkasten op Amstelglorie.
  11. Plooivlieswaaiertje (Plicaturopsis crispa)
    Een paddestoel die groeit op stammen en takken van loofbomen, op de berk, de beuk en de hazelaar. Soms zie je ze ook staan op de grond, op plekken waar de bodem voedselrijk en vochtig is. Je herkent het plooivlieswaaiertje aan de ‘dakpannetjes’. De vruchtlichamen liggen als dakpannen gestapeld. Aan de onderkant zijn vuilwitte plooien zichtbaar.
  12. IJsvogel (Alcedo atthis)
    Dit kleine, blauwe vogeltje heeft een warm plekje in de harten van de tuinders op Amstelglorie. Speciaal voor de ijsvogel is er een kleiwand gemaakt bij een watertje achter op ons tuincomplex. Dat werd meteen omgedoopt tot het ijsvogeleilandje. Hier kan de ijsvogel nesttunnels maken. De zachte winters van de laatste jaren is voor de visetende ijsvogel een zege. Het gaat dan ook goed met de ijsvogel. Wie de ijsvogel wil zien, moet geduld hebben. Het vogeltje flitst vaak voorbij. Aan de kleuren ligt het niet, de ijsvogel is fel blauw en oranje. Zij is een beetje plomp gebouwd met korte staart en een grote kop en snavel. Witte keel en zijhals. Vleugels en kruin groenachtig blauw met een helderblauwe rug en stuit. De ijsvogel zit vaak rechtop op een laaghangende tak boven het water te loeren naar visjes. Ze vliegt luid roepend over het water en is dan goed te zien. Vrouwtjes hebben een oranjerode snavel, bij de man is die zwart. De ijsvogel broed in maart en legt zo’n zeven eieren.
  13. Zomerfijnstraal (Erigeron annuus) met kattenstaart (Lythrum salicaria)
    De zomerfijnstraal is een eenjarige plant die behoort tot de composietenfamilie. De plant wordt zo’n zeventig centimeter hoog en heeft rechtopstaande, behaarde stengels. De bloei is in juli en augustus. De witte bloemhoofdjes zijn anderhalve centimeter groot.

    De kattenstaart is herkenbaar aan de paarsrode bloemen. De kantige stengels van de plant worden ruim een meter hoog. De plant groeit in pollen. De bloemen groeien in schijnkransen uit de oksels van de bovenste bladeren. Kattenstaart bloeit van juni tot september. De plant is te vinden op zonnige tot half beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure tot kalkrijke gronden langs sloten, greppels, kanalen, meren, poelen, beken, en rivieren. Een sterke plant.

  14. Dagpauwoog (Aglais io) op Schietwilgkatjes (Salix alba)
    De dagpauwoog is een van de bontst gekleurde vlinders in Europa. Op de oranjerode vleugels is de dagpauwoog goed te herkennen aan de karakteristieke oogvlek. De vlinder overwinterd nogal eens in woonhuizen.

    De schietwilg is een snel groeiende boom die dertig meter hoog kan worden. De behaarde, verspreid staande bladeren zijn vier keer zo lang als breed. De katjes verschijnen in april en mei, gelijk met de bladeren. De bast van de schietwilg heeft geneeskrachtige eigenschappen.  Daar zit salicylzuur in, een grondstof voor aspirine.