|
Aan de
directeur van de |
|
gemeentelijke
dienst Ruimtelijke Ordening |
|
de
heer ir. K.W. de Boer |
|
Postbus
2758 |
|
1000
CT Amsterdam |
|
uw
kenmerk: 3931 RO 2000 |
|
uw
brief van 19 oktober 2000 |
|
14
november 2000 |
|
onderwerp:
Discussienota structuurplan Amsterdam 'Kiezen voor Stedelijkheid' |
Wij stellen het op prijs tot de
geselecteerde partijen te behoren om een reactie te geven op de
discussienotitie structuurplan Amsterdam 'kiezen voor stedelijkheid'. Wij
beschouwen dit als erkenning van onze vereniging met ruim 7.000 leden en circa
251 hectare grond in beheer als factor van belang in de stad. Deze waardering
willen wij graag beantwoorden door constructieve deelname aan de discussie, en in
eerste instantie met de volgende reactie.
Vooraf spreken wij onze waardering
uit voor uw heldere aanpak en de openheid over de rol van uw dienst in dit
kader.
Vraag
1 Behandelt de
notitie de opgaven en vraagstukken waarover de discussie gevoerd moet worden
met betrekking tot de ontwikkeling van de stad, of worden er opgaven en vragen
gemist c.q. zijn overbodig?
De laag leefbaarheid zien wij bij
voorkeur los van de laag vestigingsmilieu uitgewerkt. Wij beschouwen
leefbaarheid als het ware als een schil rond de drie lagen. Naar onze mening
ligt in het streven naar leefbaarheid de legitimatie van de keuzes.
In
onze visie 'continuïteit als basis voor vernieuwing' passen zeker wel elementen
uit 'Kiezen voor Stedelijkheid' (o.a. het ambitieniveau) en 'Amsterdam de markt
op' (o.a. de zakelijkheid). Principieel
voor ons is evenwel de democratische controle, die voor ons voorwaarde is opdat
de starters en de zwakkeren in onze samenleving de boot missen of uit de boot
vallen. Die controle zien wij in beide andere denklijnen onvoldoende
gegarandeerd. 'Amsterdam de markt op' laat teveel mogelijkheid voor
ondoorzichtige constructies van belangengroeperingen; 'Kiezen voor
Stedelijkheid' houdt het risico in dat de scherpe contrasten bepalend worden
voor de orde in onze stad.
Vraag 3
Kunnen de voorgestelde keuzes per vraag, zoals die voorkomen uit de denklijn
'Kiezen voor Stedelijkheid', op hoofdlijnen worden gedeeld, los van nadere
onderbouwing, verantwoording en nuancering, of dienen hele andere keuzen te worden
gemaakt?
Met inachtneming van de volgende
aantekeningen kunnen wij de voorgestelde keuzes in grote lijnen delen:
(ad sub-vraag 1:) Wij zijn het
oneens met de stelling dat groen buiten de hoofdstructuur niet dezelfde
bescherming zou moeten genieten als de gebieden in de hoofdstructuur. Wij zijn
bereid de toekomstvisie, die in onze ogen minder dan wellicht in de uwe
ontbreekt, visueel te maken en (verder) te ontwikkelen. In onze visie
vertegenwoordigen volkstuinparken een ecologische meerwaarde, waar de stad
figuurlijk niet om heen moet willen, letterlijk natuurlijk wel, omdat
kleinschalige tuinparken in de stad thuis horen vanege die ecologische
gidsfunctie. Wij realiseren ons evenwel dat er op dat vlak nog veel moet
gebeuren. Die inspanning schuwen wij niet. Duurzaamheid is voor ons een
uitgangspunt, dat mede onze voorkeur bepaalt voor de denklijn 'continuïteit als
basis voor vernieuwing'.
(ad sub-vraag 2:) Ons beleid
is gericht op het bevorderen van de dagrecreatieve waarde van onze
volkstuinparken. De aanwezigheid van huisjes is voor velen en prettige
bijkomstigheid. In de praktijk blijkt dat het in relatief weinig gevallen gaat
om het tweede huis. Derhalve is de conclusie dat tuinparken met huisjes
evenzogoed buiten de stad gesitueerd kunnen worden niet terecht. Nader
onderzoek zouden wij op prijs stellen teneinde ook ons eigen beleid te kunnen
evalueren en verder te ontwikkelen.
(ad sub-vraag 5 t/m 7:) Tegen de
achtergrond van onze hiervoor gegeven mening is het situeren van de
volkstuinparken met dagrecreatieve waarde als hierboven gedefinieerd in de stad
noodzaak.
(ad sub-vraag 8:) De toekomst van
minder woningen met een tuin schept de noodzaak de aanwezigheid van
dagrecreatieve volkstuinparken (al dan niet met een huisje) te bevorderen. Ook
hier zien wij voor onze verenging een rol weggelegd. De grote uitdaging voor
een nieuw structuurplan is onzes inziens ecologisch groen in de nieuwe
ontwikkelingen te integreren teneinde de leefbaarheid te bevorderen.
Vraag 4
Kunnen de ideeën over de vorm van het toekomstige structuurplan op bijval
rekenenen, en meer specifiek de wens om een beknopt en globaal plan op te
stellen in plaats van een uitvoerig en gedetailleerd plan?
Ja, wij opteren voor een globaal
plan, mits tegelijkertijd gepresenteerd en vastgesteld met een helder
toetsingskader.
Wij zien uw uitnodiging voor
deelname aan de verdere discussies gaarne tegemoet. De tekst van onze reactie
sturen wij tevens per e-mail zodat u deze gemakkelijk kunt verwerken in
volgende stukken.
Hoogachtend,
Het bestuur van de Bond van
Volkstuinders,
de secretaris,