Bouwreglement

  1. ALGEMENE OPMERKINGEN
  1. Een bouwsel moet in goede staat van onderhoud zijn en mag geen gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid.
  2. Indien een bouwsel naar het oordeel van de bouwcommissie niet voldoet aan de in deze voorschriften gestelde eisen, moeten daarna door de commissie voorgeschreven voorzieningen getroffen worden, binnen een door de commissie te stellen termijn. De nodig geachte voorzieningen worden in de vorm van een aanschrijving inclusief de uitvoeringstermijn  per brief ter kennis gebracht van het lid.  Indien deze aan de aanschrijving geen gevolg geeft zal het bepaalde in de statuten en huishoudelijk reglement van toepassing zijn.
  3. Een lid dient voor alle te bouwen of te verbouwen bouwsels vooraf overleg te plegen en daar waar nodig schriftelijk toestemming te verkrijgen van de bouwcommissie. De bouwcommissie houdt hiertoe in ieder geval maandelijks een spreekuur.
  4. De toegang tot de tuin dient te zijn voorzien van een goed, naar binnen draaiend hekje en bij de ingang van de tuin dient het tuinnummer te zijn aangebracht.
  1. ALGEMENE VOORSCHRIFTEN
  1.  Met het oprichten of het wijzigen van een bouwsel mag eerst begonnen worden nadat het lid toestemming van de Bouwcommissie, waar nodig schriftelijk, als bedoeld in 1.3.  heeft ontvangen.
  2. Bouwsels, die worden opgericht of gewijzigd, zonder dat genoemde toestemming is verstrekt en  welke niet voldoen aan de gestelde eisen, zullen moeten worden verwijderd c.q. in de oude staat  worden hersteld, binnen een door de bouwcommissie vastgestelde periode, nadat bij aangetekend schrijven aan het lid van de tuin daarvan kennis is gegeven. Indien het lid van de tuin aan de aanschrijving geen gevolg geeft, zal het bouwsel voor zijn rekening en risico op last van het bestuur worden verwijderd.
  3.  Generlei toestemming zal worden verstrekt, indien de aanvrager geen lid van de vereniging is. De op de dag van inwerkingtreding van deze voorschriften bestaande bouwsels vallen, alleen wat betreft onderhoud, wijziging en gebruik onder deze voorschriften. Indien geen geldige toestemming voor  een bouwsel aanwezig is, zullen die bouwsels, welke niet aan de geldende voorschriften voldoen, bij verbouw en/of overdracht als zodanig moeten worden gewijzigd. Wordt dit bij overdacht nagelaten  dan zullen de te maken kosten in mindering worden gebracht op de taxatie.
  4. Bouwsels mogen alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn opgericht.
  5. Op een tuin mag behalve een tuinhuis en kweekkas ook een schuur van maximaal  6 m2 worden gebouwd. De gezamenlijke oppervlakte van kweekkas en schuur mag niet meer bedragen dan 12 m2. Een schuur  is toegestaan. Indien zich op een tuin geen tuinhuisje bevindt, is het toegestaan een kweekkas  van maximaal 12 m2 en een schuur van maximaal 6 m2 te plaatsen. Zodra alsnog een huisje wordt geplaatst dient de gezamenlijke oppervlakte van kweekkas en schuur te worden teruggebracht tot 12 m 2.
  6. Een bouwsel moet binnen één jaar na afgifte van de schriftelijke toestemming gereed zijn.
  7. Tussen schuur en tuinhuis mogen onderling geen verbindingen bestaan
  1. VOORSCHRIFTEN TOESTEMMING OPRICHTEN BOUWSEL

3.1       Bouwtekening

De bouwtekening moet worden ingeleverd bij de bouwcommissie op een door de vereniging verstrekt papier op A3 formaat, onder bijvoeging van een volledig ingevulde materialenstaat..

Op deze tekening moet op schaal 1:50 zijn aangegeven:

  • plattegrond met indeling van het huisje.
  • plattegrond schuur en kweekkas op aparte tekeningen
  • een vooraanzicht, twee zijaanzichten en een achteraanzicht.
  • openslaande deuren en ramen en vluchtramen (uitsluitend links- of  rechtsdraaiend)
  •  ventilatierooster en/of een naar buiten draaiend raam in elk vertrek.
  • oppervlakte en hoogte tussen vloer en plafond van elk vertrek.
  • keukenblok/kookplaats (voor zover aanwezig).
  •  toiletruimte, douche en toilet (voor zover aanwezig) en de ventilatie.
  • hoogte tussen vloer en plafond.
  • hoogte tussen vloer en nok.
  • hoogte tussen vloer en pad
  • hoogte tussen vloer en onderkant dak
  • maat van elke overstek
  • hoogte vanaf vloer tot bovenkant onderdorpel raamkozijn van de slaapkamer
  • alle uitwendige hoofdmaten van het huisje
  • uit welke materialen het bouwwerk is vervaardigd wordt aangegeven op de materiaalstaat
  • dakhelling

Indien het een bouwtekening betreft moet hierop ook de totale situatie van de tuin zijn     aangegeven in schaal 1:200.
Deze situatie moet aangeven:

  • afstand bouwsel – tuinscheiding.
  • afstand bouwsel – sloot.
  • afstand bouwsel  –  pad.
  • afstand bouwsels op dezelfde tuin
  • plaats riolering en waterleiding
  • de Noordpijl

3.2.      Tuinhuisje

 

  1. Een tuinhuis mag slechts bestaan uit een begane grondverdieping en een vliering, welke laatste niet als  slaapruimte benut mag worden. Onder een tuinhuis wordt niet verstaan een schaftwagen, woonwagen, caravan of soortgelijk bouwsel. Kortom een tuinhuis dient te passen in de sfeer van een volkstuinpark.
  2. De oppervlakte van een tuinhuis buitenwerks gemeten, met inbegrip van een bergplaats, waranda, serre en erker, mag niet meer bedragen dan maximaal 28 m2 onverminderd het bepaalde bij wet of verordening. Een dakoverstek, gemeten in verticale projectie, van maximaal 0,50 m is toegestaan. Bij een dakoverstek groter dan 0,50 m wordt het verschil opgeteld bij de oppervlakte van het tuinhuis.
  3.  Een tuinhuis mag nergens dichter bij de grens van een bouwperceel worden gebouwd dan 2,50 mtr.
  4.  De grootste lengte en breedte van een tuinhuis mag niet meer bedragen dan 6 meter met dien verstande dat de totale oppervlakte nimmer meer mag bedragen dan 28 m2. De grootste lengte of breedte mag niet meer dan 6 meter bedragen
  5. De hoogte tussen onderkant dak en bovenkant vloer mag niet meer bedragen dan 2,50 m gemeten langs de opgaande buitenwand
  6. De vrije binnenhoogte tussen vloer en plafond in de woon- en slaapkamer(s) moet tenminste 2,20 m bedragen
  7.  De hoogte tussen hoogste punt van een puntdak en bovenkant vloer mag niet meer bedragen dan     3,25 mtr.  Deze afstand mag bij een platdak niet meer bedragen dan 2,75 mtr.
  8. De afstand van de bovenkant van de onderdorpels van kozijnen van vluchtramen tot de vloer mag niet meer bedragen dan 0,80 mtr. Een vluchtraam moet minimaal 0,6 x 0,8 m zijn, zodat ontkomen via het raam zonder moeite mogelijk is.
  9. Het lichtdoorlatend oppervlak van een slaapkamer moet tenminste 10% van het vloeroppervlak van deze slaapkamer bedragen. Het slaapvertrek dient te beschikken over een goed werkend ventilatiesysteem. Per slaapplaats moet minimaal 4 m3 beschikbaar zijn
  10. In elk vertrek moet een buitendeur en/of een naar buiten draaiend vluchtraam zijn
  11. Bovendorpels van raam- en deurkozijnen moeten per gevelwand op een hoogte liggen
  12. Hoogte tussen de bovenkant vloer en kruin van het pad mag niet meer bedragen dan  0,30 mtr.
  13.  Als dakbedekking zijn toegestaan, bitumineuze materialen en verzinkt stalen dakplaten welk voorzien dienen te zijn van een dakpannenmotief
  14. Een beweegbaar daklicht ter grootte van maximaal 0.50 m2 is toegestaan. Op een plat of lessenaarsdak is een dakkoepel van dezelfde afmeting toegestaan.
  15. Het maken van rookkanalen is toegestaan. Het rookkanaal mag niet meer dan  0,30 m boven de nokhoogte uitkomen. Op de tekening moet de plaats, constructie en de inrichting  van de rookkanalen worden aangegeven. Brandstoffen welke algemeen als hinderlijk worden beschouwd mogen niet gebruikt worden.

. 4.    SANITAIR

 

  1. In het tuinhuis moet een van binnenuit bereikbaar behoorlijk ingericht en afsluitbaar toilet aanwezig zijn. Dit toilet moet over een goede ventilatie naar de buitenlucht beschikken.
  2. Alle sanitaire voorzieningen dienen op het rioolstelsel aangesloten te worden.
  3. Een doucheruimte moet van een goede ventilatie zijn voorzien.
  1. GAS en GASTOESTELLEN
  1. Bij het gebruik van gastoestellen voor aard- en butaangas, behoren de voor die toestellen en aanleg geldende voorschriften, vervat in de N.E.N., te worden gehanteerd.De leden dragen zelf het risico en zijn zelf verantwoordelijk voor een goed onderhoud van installatie en verbruikstoestellen.
  2. De leden dienen deze voorschriften nauwkeurig uit te voeren. De bouwcommissie kan controles verrichten
  3. Gasflessen al dan niet leeg, dienen in een goed geventileerde gaskist (buiten) te worden bewaard. De gaskist dient aan de onderzijde en aan weerszijde goed te zijn geventileerd.  LPG-tanks of cilinders mogen niet worden gebruikt. De aangesloten gasflessen dienen te zijn voorzien van een goedgekeurde gasdrukregelaar van 30 m.bar. Een gasfles moet bij een defect of brand snel kunnen worden afgevoerd.
  4. Gasslangen bij verbruikstoestellen, die in verband met onderhoud of schoonhouden gemakkelijk verplaatsbaar moeten zijn, mogen niet langer zijn dan 0.60 meter. Een gasslang van een gasfles met regelaar naar het aansluitpunt van de installatie mag ten hoogste 1 mtr. bedragen. Onder installatie wordt verstaan een leiding waarop meer dan één verbruikstoestel is aangesloten. Gasslangen moeten aan beide zijden d.m.v. slangklemmen op een slangpilaar worden bevestigd volgens NEN of op de daarvoor bestemde schroefkoppelingen. Gasslangen moeten vrij en ongespannen zijn aangebracht.
  5. Gasverwarming met een gesloten verbrandingsruimte dient een geheel in koper uitgevoerde leiding en aansluiting te hebben. Direct vóór de kachel moet een afsluitbare kraan zitten. (deze opstelling is een onderdeel van de installatie)
  6. Gaskachels met een gesloten verbrandingsruimte dienen voorzien te zijn van een alumini­um afvoerpijp, welke dubbelwandig door dak of wand altijd buiten het tuinhuis moet uitkomen. Deze pijp mag maximaal 0,50 meter uit de wand steken en maximaal 0,30 meter boven het dak uit. De afvoer moet bovendien voorzien zijn van een GIVEG gekeurde kap.
  7. Geiseraansluitingen dienen geheel in koperen leidingen te zijn uitgevoerd. Aan de geiser zelf dient een afsluitbare gaskraan te zitten.
  8. Geisers dienen voorzien te zijn van een aluminium afvoerpijp, welke dubbelwandig  door dakwand buiten het huisje moet uitkomen. Deze afvoerleiding mag maximaal 0,50 m uit de wand steken en maximaal 0,30 m boven het dak uit.  Een geiserafvoer moet bovendien voorzien zijn van een GIVEG gekeurde kap
  9. Kasten met een buitengeveldeur waarin geisers zijn geplaatst moeten voorzien zijn  van een extra luchtrooster, onder in de deur aangebracht met een minimale afmeting van  0,20 m bij 0,10 meter en verder voldoen conform het gestelde in punt 5.8. Dit rooster mag niet in de vloer worden aangebracht aangezien eventueel ontsnappend gas niet  onder de vloer van het tuinhuisje mag komen
  10. Geisers mogen niet in een doucheruimte, toilet of slaapkamer worden geplaatst. Gasleidingen behoren van koper te zijn met een diameter van ten minste 8 millimeter.
    Deze leiding behoort gemakkelijk toegankelijk te zijn en voldoende beschermd. De leiding moet zichtbaar blijven en mag niet worden weggewerkt. Bij aanleg moeten goedgekeurde bevestigingsmiddelen worden gebruikt. Klemkoppelingen met conische afdichting of capillaire hulpstukken voor hardsoldeer (koper of zilver)
  11. De verbinding binnenshuis tussen enerzijds een verbruikstoestel en anderzijds de installatie mag alleen d.m.v. een GIVEG gekeurde slang worden uitgevoerd tot een lengte van maximaal 0,60 mtr. Alle verbruikstoestellen moeten zijn voorzien van een afsluitbare kraan. Bovendien moet in de installatie een afsluitbare kraan zijn aangebracht 0,60 meter uit verbruikstoeste1, dit om loskoppelen voor onderhoud of  schoonmaken te vergemakkelijken
  12. Geisers, koelkasten en kachels dienen te zijn voorzien van een thermokoppel en moeten voldoen aan  de eisen voor vloeibaar gas, welke zijn vastgesteld door het  Gasinstituut te Apeldoorn, het Energiebedrijf en de Milieudienst Amsterdam. Doorvoering van gasleiding door wanden, vloer en  plafond moet van koper zijn. Er mogen bovendien geen verbindingen in verwerkt zijn.
  13.  Het is verboden slangen onder vloer tuinhuisje of boven plafond door te voeren.
  14. Het ventilerend oppervlak dient ten minste 5 % van het grondoppervlak te zijn. Bij verbruikstoestellen  zonder gesloten verbrandingskamer dient in de nabije omgeving  een ventilatieopening van ten minste 100 cm2 aanwezig te zijn, welke niet afsluitbaar is en waarvan de spleet niet kleiner mag zijn dan 20 mm
  15. Gasslangen mogen slechts worden gebruikt voor de gassoort waarvoor zij zijn beproefd. Tevens moet het jaartal op de slang vermeld staan. Voor butaangas zwarte slang; voor propaangas oranje slang met inlagen. Slangen dienen periodiek vernieuwd te worden. Butaangas na maximaal twee jaar; propaangas na maximaal  driejaar en met metaalinlagen na maximaal vijfjaar. Slangen mogen niet blootgesteld zijn aan weersomstandigheden of mechanische  beschadiging. Op slangen mogen geen  aftakkingen worden aangesloten.

.

  1. KWEEKKAS
  1. De afstand tussen een kweekkas en een ander bouwsel op de tuin moet minimaal 1 m bedragen.
  2. De afstand tussen een kweekkas en de grens van een tuin moet minimaal 0,50 m bedragen
  3. De afstand tussen een kweekkas en de sloot moet minimaal 2,50 m bedragen, gemeten vanuit de  waterlijn.
  4. De oppervlakte van een kweekkas mag niet meer bedragen dan 12 m2 en de grootste lengte niet meer dan 4 mtr. Indien een schuur aanwezig is mag de totale oppervlakte van kweekkas en schuur niet meer bedragen dan 12 m2
  5. De hoogte van een kweekkas mag niet meer dan 2,50 m bedragen gemeten vanuit het maaiveld
  6. Het dak van een kweekkas mag maximaal 0,25 m oversteken.
  7. Bij plaatsing van een kweekkas naast een tuinhuis mag deze kweekkas de achterrooilijn niet  overschrijden, tenzij de afstand van de achterrooilijn tot de sloot meer bedraagt dan 3.50 mtr. De afstand kweekkas tot sloot mag dan niet minder dan 3.50 m bedragen
  8. Om wateroverlast te voorkomen dient aan de tuinafscheidingszijde een hemelwaterafvoer aanwezig te zijn.

.

  1. SCHUUR

 

  1.  Een schuur mag slechts als berging worden benut.
  2.  Het uitwendige grondoppervlak mag niet meer bedragen dan 6 m2, en de grootste  lengte niet meer dan 3 mtr
  3. Het overstek van het dak mag maximaal 0,35 m bedragen.
  4. Bij een puntdak mag de hoogte tussen onderkant puntdak en bovenkant vloer niet meer dan 1,90 m  bedragen, gemeten langs de opgaande buitenwand. Bij een platdak mag deze hoogte niet meer bedragen dan 2,40 mtr
  5. Bij een puntdak mag de hoogte tussen hoogste punt en de bovenkant vloer niet meer bedragen dan 2,40 meter. Bij een plat dak mag dit niet meer dan 2,25 mtr. zijn
  6. .De afstand tussen een schuur en/of kweekkas en/of broeibak en/of tuinhuis mag niet minder dan 1 meter bedragen
  7. .Een schuur mag nergens dichter bij de grens van een tuinperceel worden gebouwd dan 0,50 m, met dien verstande dat daar waar de grens door een sloot wordt gevormd, deze afstand tenminste 2,50 m moet bedragen, gemeten uit de waterlijn.
  8. Bij plaatsing van de schuur naast het tuinhuis mag de achterrooilijn niet werden  overschreden tenzij de afstand van de achterrooilijn tot de sloot meer bedraagt dan 2.50 mtr.  De afstand schuur tot sloot mag  dan echter niet minder dan 2.50 mtr. bedragen
  9. Om wateroverlast te voorkomen dient aan de tuinafscheidingszijde een hemelwaterafvoer aanwezig te zijn.
  1. LICHTPANEEL (zonnepaneel)
  2. Het gebruik van lichtpanelen is toegestaan tot een maximum van 3 m2 per tuin. Zij mogen uitsluitend op het dak geplaatst worden maar daar geen onderdeel van uitmaken.
  3. Een lichtpaneel mag maximaal onder een helling van 35 graden worden aangebracht; het laagste punt  moet 5 cm uit het dakvlak worden geplaatst.
  4. OVERIGE BOUWSELS  

9.1       Windscherm/schuttingen 

  1. Een windscherm mag niet hoger zijn dan 1,80 meter.
  2. Op een tuin mag maximaal 5,5 strekkende meter windscherm/schutting worden geplaatst.
  3. Toe te passen materialen:
    Hout, kunststof of aluminium, met een maximale dikte van 10×10 cm. voor de staanders en de leggers.
    Glas, met een maximale oppervlakte  van 1 m2 per glasplaat
    Steen, met een maximale hoogte van 80 cm. voor een borstwering.
  4. Een niet-lichtdoorlatend windscherm/schutting mag alleen bestaan uit natuurlijke materialen, zoals hout, riet en bamboe.
  5. Een windscherm/schutting dient tenminste 50 cm. van de grens van een tuinperceel en indien van toepassing minstens 2 mtr gemeten vanuit de waterlijn.
  6. Een windscherm/schutting mag geen verbinding vormen tussen bouwsels.

 

9.2      Pergola

  1. Onder een pergola wordt verstaan een open bouwsel bestaande uit pijlers en van latwerk hetwelk men door planten kan laten begroeien.  Ook mag deze als luifel dienen.
  2. Indien de pergola als luifel wordt gebruikt mag de luifel niet verder uitsteken dan 1,50 meter.
  3. De hoogte van een pergola mag niet meer bedragen dan 2,50 m gemeten vanuit het maaiveld.
  4. De grootste lengte van een pergola mag niet meer bedragen dan 5 mtr. De grootste breedte mag niet meer zijn dan 2 mtr.
  5. Een pergola mag niet dichter bij de grens van een tuinperceel werden gebouwd dan 0,50 m, tenzij het onderdeel uitmaakt van een toegangshek. De ruiter (dwarsligger) van de pergola mag niet buiten het toegangshek uitsteken aan de padzijde of over de tuinafscheiding uitsteken.

 

9.3.     Antenne

  1. Ten aanzien van het plaatsen van een ontvangstantenne geldt dat maximaal één.antenne is toegestaan. Eén van het type boot-, caravan of camping antenne (de zgn. richtantennes met versterker), terwijl verder geen sprake mag zijn van een opvallend formaat.en één schotelantenne met een diameter niet groter dan 60 cm. Kleur bij voorkeur passend bij het tuinhuis. De schotelantenne mag de buren geen overlast bezorgen.
  1. Ten aanzien van de plaatsing van een richtantenne gelden voorts de volgende voorschriften: De antenne moet onder in de nok van het tuinhuis geplaatst worden aan de voor- of achterzijde onder het overstek en mag dus niet boven het dak uitsteken.Bij een plat dak moet de antenne, uit het zicht, aan een boeiingdeel worden bevestigd en mag het niet hoger dan 35 cm boven het dak uitsteken.
  1. Andere antennes, zoals digitenne worden binnen in het tuinhuis geplaatst.
  2. Het plaatsen van zendantennes is verboden.

 

9.4       Gaskist

  1. Een gaskist mag niet hoger zijn dan 1,00 m gemeten vanuit het maaiveld.
  1. Een gaskist mag inwendig gemeten niet breder zijn dan 0.60 mtr. Een gaskist moet aan de onderzijde goed geventileerd zijn. De grootste lengte mag niet meer bedragen als nodig is om maximaal  vier gasflessen in de kist te plaatsen. Een gaskist mag niet worden afgesloten.

9.5  Beschoeiing
Een deugdelijke schoeiing is verplicht. De Bouwcommissie controleert en schrijft aan volgens de voorschriften, zoals deze gelden voor alle bouwwerken in dit reglement, maar ook van de statuten en reglementen van de Bond van Volkstuinders. De kwaliteit van de aan te brengen beschoeiing wordt op voorstel van de commissie vastgesteld door het bestuur.

  1. TOE TE PASSEN MATERIALEN 
  1. Bij een tuinhuisje mag een stenen borstwering worden toegepast tot 0,80 m vanuit de bovenkant vloer. Bij een schuur mag deze stenen borstwering niet hoger zijn dan 0,50 mtr. Beton mag voor vloer c.q. fundering worden toegepast.
  2. Een tuinhuisje en schuur mogen bestaan uit hout of hout met een borstwering van maximaal 0,50 m steen (éénsteens).
  3. Een kweekkas mag alleen bestaan uit een houten of een aluminium geraamte met (lichtdoorlatend) glas en een borstwering van maximaal 0,50 m steen.
  4. Alle opstallen (tuinhuis, schuur, kweekkas en gaskist) op een tuin moeten in een kleur worden uitgevoerd die past in de omgeving. Dit ter beoordeling aan de bouwcommissie. Kleurwijziging moet van tevoren worden gemeld aan de bouwcommissie.

Dit bouwreglement is vastgesteld in de bestuursvergadering van 20 december 2004,
gewijzigd tijdens de ledenvergadering van 13 mei 2011

 Het bestuur van Amstelglorie