Selecteer een pagina

Er zijn op Amstelglorie speciale plekken aangelegd om diversiteit te stimuleren en inheemse dieren en planten meer ruimte te geven. De diversiteit op het park is dan ook groot. Wat tuinders zoal aan flora en fauna waarnemen op Amstelglorie kun je zien op WAARNEMINGEN.NL.

We stellen je enkele van onze bijzondere bewoners & passanten voor:

KOPERWIEK

Koperwiek in bessenstruik
Koperwiek in vlucht

Koperwiek in vlucht (bron: Vogelbescherming NL)

Zilveren buik en rode oksels

Tuinders Caroline en eRik wandelden een paar weken geleden langs de Lek toen ze iets opvallends zagen. De meidoornstruiken zaten vol felrode bessen en steeds wanneer ze op zo’n 20 meter afstand een struik naderden, vlogen er ineens enorme groepen vogels op. Ze zwermden op als spreeuwen, maar waren iets kleiner. Wat vooral opviel: de zilverkleurige buik en de felrode okseltjes van de vogels. Caroline: ‘ze zagen er prachtig sierlijk uit, met het opvallende rood en de zilverachtige schittering tegen een knalblauwe lucht!’
Thuis zochten ze het op: de koperwiek! Een soort die ze niet eerder hadden opgemerkt. En wat bleek als verrassing bij thuiskomst: ook op Amstelglorie waren er koperwieken neergestreken!

De koperwiek komt uit de naaldbossen van Scandinavië en trekt in grote aantallen (lees: miljoenen!) rond oktober over Nederland, soms in één of enkele dagen. Onderweg fourageren ze bij besdragende struiken om op krachten te komen. Hun scherpe, lange contactroep (psriiiihhh) houdt de groep bij elkaar. In het voorjaar komen ze weer voorbij, in maart en april. Die trek valt minder op, omdat ze dan vooral boven Oost-Nederland terugvliegen (waarschijnlijk speelt de wind daar een rol in). De koperwiek is een mooie  verschijning en vrij makkelijk te herkennen. Maar helaas neemt deze soort ook in aantal af. Je doet de koperwiek een plezier met bessenstruiken in je tuin, vooral de meidoorn!

KOLIBRIVLINDER

Een vliegende verrassing

Begin juli had tuinder Marijn een bijzondere waarneming in zijn tuin: een kolibrivlinder. Hij zag hem maar heel even, maar lang genoeg om er een prachtige slowmotionvideo van te maken. Daarop is goed te zien hoe razendsnel de vleugels bewegen en hoe de lange tong, als een soort opklapbare slurf, bloemen afzoekt naar nectar.

De kolibrivlinder lijkt door zijn snelle vleugelslag en manier van vliegen op een kolibrie, maar het is een nachtvlinder. Overdag vliegt hij van bloem naar bloem, vaak bij vlinderstruik, verbena of kamperfoelie. Met zijn lange roltong kan hij diep in bloemen reiken waar andere insecten niet bij kunnen.

Marijn vertelt: “Hij ging alle bloemen van de verbena af. Ik ken de vlinder wel, maar wilde de vleugelbeweging eens vastleggen. En die slurf is echt gigantisch!”

De kolibrivlinder is een echte zomerpassant, afkomstig uit Zuid-Europa. Soms komt hij maar kort langs, soms blijft hij langer in een tuin rondhangen. Op Amstelglorie is het een verrassende verschijning. Ben je er op tijd bij, dan lukt ’t je misschien ook om ‘m eens op beeld vast te leggen.

KOLIBRIVLINDER

Mierenleeuw, zij-aanzicht
Mierenleeuw, stadia

Leeuwen op de tuin?

Op het tuinpark doen zich soms onverwachte natuurverschijnselen voor. Zo trof tuinder Carla ineens mysterieuze kuilen aan in het zand. Haar verhaal:

Vroeger kon je naar de leeuwenkuil in Artis. Tegenwoordig vind ik die in mijn tuin. In meervoud zelfs!
Aan de zuidkant van mijn huisje, tussen terras en wand, verschenen ineens mysterieuze kuilen in het zand. Ik vroeg me af welk dier zulke sporen zou achterlaten en ging door de knieën om het beter te bestuderen. In een van de kuilen zag ik telkens hoe zand vanuit het midden omhoog werd gegooid. Er was duidelijk iets aan het werk. Maar wat? Hoe groot zou dit mysterieuze schepsel zijn? Zo groot als een stevige kever, of zou er plotseling een enorme rat tevoorschijn komen om me de stuipen op het lijf te jagen?

Met een macrolens maakte ik een foto. Ik zag twee halfronde kaken met haakjes. Die zaten vast aan iets wat me aan een spin deed denken, al kon ik maar een klein deel zien. De app Obsidentify gaf snel uitsluitsel: een mierenleeuw!

De mierenleeuw is een slanke netvleugelige en lijkt een beetje op een gaasvlieg. Als volwassen insect – de laatste levensfase – leeft hij maar anderhalve week. Eten doet hij dan niet meer; hij zoekt alleen nog een partner om mee te paren. Uit de eieren komen larven die één tot drie jaar in droog zand doorbrengen. Daar maken ze bijna perfecte trechtervormige kokers. Wanneer een mier of ander klein diertje langskomt en in zo’n kuil belandt, glijdt het naar beneden. Onderaan, verborgen onder het zand, zit de mierenleeuw geduldig te wachten. Hij grijpt zijn prooi, injecteert gif en zuigt het leeg.

Als de larve genoeg gegeten heeft en groot genoeg is, verpopt hij zich. De cocon is bedekt met zandkorrels en daardoor bijna onzichtbaar. Omdat mierenleeuwen vooral voorkomen in zand- en heidegebieden, opperde een medetuinder dat ze misschien als cocon zijn meegelift in een zak zand. Dat zou zomaar kunnen, want vorig jaar is het verzakte terras op mijn tuin hersteld.

Inmiddels worden de leeuwen gevoerd – net als in Artis. Als er weer eens een vliegje is verdronken in de thee of het bier, gooi ik het lijkje in een van de kuilen.

Afbeeldingen: Natuurmonumenten (levensfasen & zijaanzicht) & Carla (mierenleeuw-kuil)

KOEKOEK

Goudwesp op Amstelglorie

Koekoek! …

Hij heeft zich laten horen op Amstelglorie! Volgens mede-tuinders is dit een primeur. Een paar dagen later was zelfs de roep van twee koekoeks te horen. Behalve dat hij niet eerder met het oor is waargenomen op ons park, is de koekoek ook een zelden geziene gast. Natuurfotografen hopen op een glimp, maar meestal blijft het bij luisteren.
De koekoek is ongeveer zo groot als een houtduif, met blauwgrijze strepen, oranjegele ogen en felgele veertjes rond de ogen als een subtiel brilletje.
Wat hem écht bijzonder maakt, is zijn manier van voortplanten. In juni legt het vrouwtje 10 tot 25 eieren, elk in een ander nest. De heggenmus is een geliefde gastouder. In een paar seconden legt ze haar ei, dat qua kleur en formaat lijkt op dat van de gastvogel. Soms neemt ze zelfs een ei mee om niets te laten opvallen. Twaalf dagen later komt het koekoeksjong uit. Binnen enkele uren duwt het instinctief de andere eieren of kuikens uit het nest, om vervolgens alle aandacht en voedsel van de pleegouders op te eisen. Deze vorm van broedparasitisme komt ook voor bij de koekoekshommel, die er zijn naam aan dankt.

De naam koekoek is een ‘onomatopee’: een nabootsing. Het woord dat klinkt zoals de vogel roept. Net als bij de tjiftjaf en de grutto.

Sommigen op Amstelglorie hebben het al ervaren: als de koekoek ’s morgens vroeg zijn lied laat horen, kan doorslapen lastig worden… Toch zijn we blij verrast met zijn aanwezigheid.
Fotobron: wikipedia, foto 1: Tim_Peukert

SCHAAKBORDLIEVEHEERSBEESTJE
Schaakbordlieveheersbeestje op Amstelglorie

Het schaakbordlieveheersbeestje, ook wel veertienstippelig lieveheersbeestje genoemd, is een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae). Dit 4 tot 6 millimeter lange lieveheersbeestje is gemakkelijk van andere soorten te onderscheiden door zijn gele kleur en zwarte vlekken op de dekschilden, maar met name door de vierkante vorm van deze vlekken. Het schaakbordlieveheersbeestje is in de Benelux een zeer algemene soort, die voorkomt in allerlei biotopen, als er maar bladluizen zijn om te eten.
Bron: wikipedia; foto Jon Silber

ZWARTKOP

Het zwartkopje, mannetje, gespot op Amstelglorie
Het zwartkopjes vrouwtje, waargenomen op  Amstelglorie

Bovenin het mannetje, onderin het vrouwtje.

Je hoort hem vaak voordat je hem ziet: de zwartkop. Het mannetje zwartkop valt op door zijn grijsbruine verenkleed en zwarte pet, maar bovenal door zijn zang: melodieus, gevarieerd en met heldere, hoge tonen aan het eind. Zingt hij in je buurt terwijl je belt, dan klinkt aan de andere kant steevast: “Wat is dát?” 

Toch is het geen opvallende verschijning. Hij is klein, ongeveer als een heggenmus, en verstopt zich graag halverwege in een boom, achter wat takken. Ook is hij makkelijk te verwarren met de glanskop of matkop, die dragen ook een zwarte kap. Het vrouwtje zwartkop onderscheidt zich juist wél: zij heeft een roestbruine pet. En die staat haar mooi

Zwartkoppen nestelen in dicht struikgewas en oud bos. In de herfst zijn ze vaak in vlierstruiken te vinden, waar ze samen met houtduiven bessen eten – geen geruzie, maar wel een dagelijks wedstrijdje: wie eet de meeste?

Waar de Amstelglorie-zwartkoppen overwinteren weten we niet, maar het is fantastisch als ze in april weer zijn teruggekeerd!

MUNTVLINDER

Muntvlinder op Amstelglorie

“Wat is dit toch voor een schitterend klein vlindertje dat in mijn tuin zit? Ik kan in de boeken niet vinden wat het is. Het is vast een heel bijzondere soort.” Er komen regelmatig vragen binnen bij De Vlinderstichting over het muntvlindertje. Het muntvlindertje komt redelijk veel voor en wordt veel gezien. Dat komt omdat dit motje vooral veel in tuinen zit. Daar valt zo’n vlindertje meer op.  De voorjaarsgeneratie vliegt van april tot in juni. Die vrouwtjes leggen dan de eitjes en sterven en in augustus, komt de tweede generatie volop tevoorschijn en heb je een goede kans om er een te zien. De rupsen leven op diverse muntsoorten, waaronder watermunt, aarmunt en appelmunt, maar ook op wilde marjolein en andere verwante planten als veldsalie, citroenmelisse, wild kattenkruid en soorten steentijm.
Bron: vlinderstichting; foto: Monique Dubbelman

GOUDHAANTJE

Goudhaantje waargenomen

Half februari zagen de WBC-ers in het struweel een nogal drukdoend vogeltje. Het was het goudhaantje, de kleinste vogel die in Nederland voorkomt. In Amsterdam broedt het goudhaantje voornamelijk in het Amsterdamse bos. Goudhaantjes zijn moeilijk te spotten, omdat ze het liefst boven in een boom verblijven. Het kleine vogeltje is vooral te herkennen aan de gele streep tussen twee smallere zwarte strepen op zijn kop. Als je een oranje streep ziet, dan mag je een extra vreugdedansje doen, want dat is de vuurgoudhaan, die zich nog minder laat zien.
Met al het verkeer in onze omgeving is het goudhaantje moeilijk te horen. Maar houd je oren gespitst voor zeer hoge tonen, vier tot zes op-en neergaand, vaak eindigend met een triller.

Tuinder Carla zag ooit twee goudhaantjes op de Essenlaan: ‘Ze dartelden laag in een loofboom om elkaar heen. Ze waren zo druk met elkaar bezig, dat ik op een korte afstand rustig naar ze kon kijken. Het leek erop dat ze elkaar wilden versieren (het was lente, de zon scheen), maar het zou net zo goed kunnen zijn dat ze voortdurend ‘rot op’ naar elkaar aan het roepen waren om hun territorium te verdedigen.

 

GOUDWESP

Goudwesp op Amstelglorie

Deze zomer is ze weer gezien: de goudwesp. Zij is vooral te vinden bij onze grote bijenhotels op het park, maar soms ook bij een kleiner bijenhotel op een tuin. Als de zon schijnt, dan vliegen veel kleine bijen en wespen druk heen en weer, maar toch kun je de goudwesp makkelijk onderscheiden, ook al is zij niet van goud en zelfs niet goudkleurig. Zij is namelijk iriserend blauw en hardroze. Iriserend wil zeggen dat de kleuren die je ziet het gevolg zijn van een breking van het licht, net als bij ijsvogels, Morpho-vlinders en sommige kevers.
Als je de goudwesp eenmaal ziet, dan wil je haar graag van dichterbij bekijken, maar daar is behoorlijk wat geduld voor nodig. De wesp is schuw en vliegt snel en vaak op. Best wel irritant en als je niet uitkijkt krijg je er zelf de zenuwen van. Ze is te vinden bij bijenhotels en dode bomen, om daar haar eieren te leggen bij andere wespen en bijen, het liefst bij de plooivleugelwesp. De larven van de goudwesp eten de voedselvoorraad op voordat de andere larven uit hun ei komen en daarom wordt de goudwesp ook wel een koekoekswesp genoemd. Er zijn in Nederland 57 soorten goudwespen, waaronder de regenbooggoudwesp, waarvan het achterlijf uit meerdere kleuren bestaat. Deze zijn nu alleen nog gezien in de zuidelijke provincies, maar misschien over een paar jaar ook op ons tuinpark. Houd je ogen dus open!
Tekst & foto: Carla Custers

 

Zelf een waarneming melden

Heb je zelf een inheems dier of een bijzondere plant gespot op Amstelglorie en wil je dat melden? Maak dan een account aan op waarnemingen.nl (er is ook een app beschikbaar). Elke waarneming heeft toegevoegde waarde, niet alleen de zeldzame soorten. Alle waarnemingen dragen bij aan een beter beeld van de biodiversiteit.

Waarneming.nl is het grootste natuurplatform van Nederland en België. Je kunt er natuurwaarnemingen opslaan en delen. Zo help je mee om de natuurrijkdom vast te leggen voor nu én voor de toekomst.

Bekijk ook onze NATUURPROJECTEN: plekken die we speciaal creëren ter ondersteuning van meer biodiversiteit.